February 5, 2026 Circulair bouwen vraagt om duidelijkheid. En die ontbreekt nog te vaak. Nederland moet in 2050 een volledig circulaire bouwsector hebben. Dit is nationale strategie, vastgelegd in het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 [bron], voortbouwend op eerdere transitieagenda’s van overheid en sector. De doelstelling is helder: 100% circulair in 2050, met tussendoelen zoals ongeveer 50% circulariteit in 2030. Maar een doel is nog geen routekaart. Bij FRONT merken we dagelijks dat de praktijk complexer is. De sector beweegt zich in een spanningsveld van nieuwe technologieën, achterblijvende regelgeving, verschillende interpretaties en uiteenlopende niveaus van praktijkervaring. Het aanbod van gerecyclede materialen groeit, maar tegelijkertijd loopt de praktijk vast op onduidelijke claims, versnipperde regelgeving en onzekerheid bij opdrachtgevers en uitvoerende partijen. Daardoor wordt ‘circulariteit’ in veel projecten een abstract begrip, terwijl de keuzes juist concreet en toetsbaar moeten zijn. De vraag is dan ook niet óf we circulair bouwen moeten, maar hoe we dat vandaag verantwoord en uitvoerbaar doen. Uitdaging 1: materialenclaims vragen om transparantie Als we spreken over ‘gerecycled’ materiaal, wat betekent dat dan precies? Over welke afvalstromen hebben we het? Gaat het om post-consumer of post-industrial waste? En hoeveel procent gerecycled materiaal is daadwerkelijk toegepast? In de praktijk zien we dat veel producten dit wel benoemen, maar niet altijd onderbouwen met onafhankelijke certificering of duidelijke definities. Dat maakt het lastig om materialen goed te vergelijken en keuzes te verantwoorden richting opdrachtgever, toezichthouder of aannemer. In FRONT-projecten werken we onder andere met WasteBasedBricks. Deze bakstenen zijn gecertificeerd met minimaal 60% post-consumer waste volgens BRL 7010 [meer info] en beschikken over een KOMO-attest [meer info]. Het resultaat is een steen die presteert zoals elke andere baksteen, maar waarbij circulariteit aantoonbaar en controleerbaar onderdeel is van het product. Dit maakt het verschil tussen een duurzaam verhaal en een materiaal dat daadwerkelijk te verantwoorden is in bestek, vergunning en uitvoering. Uitdaging 2: baksteen blijft, de vraag is hoe. Baksteen is bovendien geen nichemateriaal. Metselwerk met baksteen behoort tot de meest toegepaste gevelafwerkingen in Nederland en is structureel dominant in de gebouwde omgeving. Daarmee blijft het een cruciale schakel in elke circulaire gevelstrategie. Baksteen heeft daarnaast een lange levensduur en kan, mits goed toegepast, hergebruikt of hoogwaardig gerecycled worden. Maar dat vraagt wel om bewuste materiaalkeuzes aan de voorkant van het ontwerp. Tegelijkertijd zien we een belangrijk spanningsveld: hoewel jaarlijks miljoenen tonnen bouw- en sloopafval in Nederland worden gescheiden en gerecycled (circa 88%, bron), belandt het grootste deel daarvan buiten de bouwsector, bijvoorbeeld als funderingsmateriaal. Slechts een klein deel keert terug in hoogwaardige bouwtoepassingen. Dat is relevant, want de bouw- en constructiesector behoort tot de meest materiaalintensieve sectoren ter wereld (goed voor circa 40–50% van de wereldwijde extractie van grondstoffen voor materialen, bron). De Nederlandse economie wordt gemeten als circa 24,5% circulair (bron), een score die duidelijk boven het wereldgemiddelde ligt, maar nog ver onder de (interim)doelen van 50% rond 2030 en 100% rond 2050 die Nederland zelf heeft vastgelegd in nationaal beleid. Uitdaging 3: regelgeving en onzekerheid Een ander knelpunt is dat regelgeving achterloopt op de praktijk. Innovatie gaat sneller dan normering. Een duidelijk voorbeeld is de langverwachte BRL 1330 (meer info), de Nederlandse beoordelingsrichtlijn voor het kwalitatief hoogwaardig verlijmen van steenstrips op gevels. Deze richtlijn is op het moment van schrijven nog steeds niet actief. Het gevolg is dat per gemeente verschillend wordt omgegaan met steenstrips, wat leidt tot onzekerheid in bestekken, offertes, vergunningstrajecten en uitvoering. Voor veel partijen resulteert dit in risico-avers gedrag. Niet omdat de oplossingen technisch niet kunnen, maar omdat de kaders onduidelijk zijn. Dat vertraagt innovatie en belemmert de brede toepassing van circulaire geveldetails. Uitdaging 4: flexibiliteit gevraagd, garanties verwacht Daarnaast zien we een duidelijke verschuiving in de bouwpraktijk. Aannemers kijken steeds vaker naar prefab, steigerloos bouwen, materiaalbesparing en losmaakbare gevels met het oog op toekomstig hergebruik. Tegelijkertijd vragen opdrachtgevers om garanties, bewezen prestaties en referenties. Die combinatie zorgt voor spanning. Innovatieve systemen vragen flexibiliteit, terwijl de markt zekerheid wil. Dat spanningsveld speelt in vrijwel elk circulair gevelproject. Juist hier is ervaring doorslaggevend: weten welke systemen zich al hebben bewezen en waar de grenzen liggen. FRONT wil hierin een echte partner zijn. Wat betekent dit voor de praktijk? Onze ervaring uit tientallen gerealiseerde gevelprojecten laat zien dat er geen one-size-fits-all oplossing bestaat. Elke gevel, projectcontext en opdrachtgever vraagt om een eigen afweging tussen esthetiek, circulariteit, regelgeving en uitvoerbaarheid. Wat wél helpt, zijn gecertificeerde producten met traceerbare gerecyclede content én partijen die weten hoe je ze verantwoord toepast. Die nemen discussie weg op de bouwplaats en vergroten het vertrouwen bij alle betrokken partijen. Maar minstens zo belangrijk is begeleiding. Kennis van systemen, ervaring met regelgeving, inzicht in garanties en een realistisch beeld van wat werkt en wat niet. Die praktijkkennis is goud waard. Wie meerdere projecten heeft doorlopen, weet waar de echte risico’s zitten en waar ambities haalbaar zijn zonder concessies te doen aan kwaliteit of veiligheid. Conclusie Circulair bouwen is veel meer dan een ambitie in een beleidsdocument. Het is een praktische, technische en soms ook politieke uitdaging. Er gebeurt veel, en dat is positief. Maar zolang duidelijke maatstaven, geharmoniseerde regels en gedeelde praktijkervaring ontbreken, blijft de transitie stroef. Baksteen, en specifiek circulaire varianten zoals de WasteBasedBrick en WasteBasedSlips, kan daarin een serieuze rol spelen. Niet alleen vanwege certificering en materiaalkeuzes, maar juist in combinatie met kennis, ervaring en begeleiding in het project. Circulair bouwen vraagt niet alleen om betere materialen, maar om partners die helpen om ze goed toe te passen. Benieuwd hoe circulaire baksteen in jouw gevelproject concreet kan werken? Het FRONT team deelt graag onze best practices uit de praktijk.
Uitdaging 1: materialenclaims vragen om transparantie Als we spreken over ‘gerecycled’ materiaal, wat betekent dat dan precies? Over welke afvalstromen hebben we het? Gaat het om post-consumer of post-industrial waste? En hoeveel procent gerecycled materiaal is daadwerkelijk toegepast? In de praktijk zien we dat veel producten dit wel benoemen, maar niet altijd onderbouwen met onafhankelijke certificering of duidelijke definities. Dat maakt het lastig om materialen goed te vergelijken en keuzes te verantwoorden richting opdrachtgever, toezichthouder of aannemer. In FRONT-projecten werken we onder andere met WasteBasedBricks. Deze bakstenen zijn gecertificeerd met minimaal 60% post-consumer waste volgens BRL 7010 [meer info] en beschikken over een KOMO-attest [meer info]. Het resultaat is een steen die presteert zoals elke andere baksteen, maar waarbij circulariteit aantoonbaar en controleerbaar onderdeel is van het product. Dit maakt het verschil tussen een duurzaam verhaal en een materiaal dat daadwerkelijk te verantwoorden is in bestek, vergunning en uitvoering. Uitdaging 2: baksteen blijft, de vraag is hoe. Baksteen is bovendien geen nichemateriaal. Metselwerk met baksteen behoort tot de meest toegepaste gevelafwerkingen in Nederland en is structureel dominant in de gebouwde omgeving. Daarmee blijft het een cruciale schakel in elke circulaire gevelstrategie. Baksteen heeft daarnaast een lange levensduur en kan, mits goed toegepast, hergebruikt of hoogwaardig gerecycled worden. Maar dat vraagt wel om bewuste materiaalkeuzes aan de voorkant van het ontwerp. Tegelijkertijd zien we een belangrijk spanningsveld: hoewel jaarlijks miljoenen tonnen bouw- en sloopafval in Nederland worden gescheiden en gerecycled (circa 88%, bron), belandt het grootste deel daarvan buiten de bouwsector, bijvoorbeeld als funderingsmateriaal. Slechts een klein deel keert terug in hoogwaardige bouwtoepassingen. Dat is relevant, want de bouw- en constructiesector behoort tot de meest materiaalintensieve sectoren ter wereld (goed voor circa 40–50% van de wereldwijde extractie van grondstoffen voor materialen, bron). De Nederlandse economie wordt gemeten als circa 24,5% circulair (bron), een score die duidelijk boven het wereldgemiddelde ligt, maar nog ver onder de (interim)doelen van 50% rond 2030 en 100% rond 2050 die Nederland zelf heeft vastgelegd in nationaal beleid. Uitdaging 3: regelgeving en onzekerheid Een ander knelpunt is dat regelgeving achterloopt op de praktijk. Innovatie gaat sneller dan normering. Een duidelijk voorbeeld is de langverwachte BRL 1330 (meer info), de Nederlandse beoordelingsrichtlijn voor het kwalitatief hoogwaardig verlijmen van steenstrips op gevels. Deze richtlijn is op het moment van schrijven nog steeds niet actief. Het gevolg is dat per gemeente verschillend wordt omgegaan met steenstrips, wat leidt tot onzekerheid in bestekken, offertes, vergunningstrajecten en uitvoering. Voor veel partijen resulteert dit in risico-avers gedrag. Niet omdat de oplossingen technisch niet kunnen, maar omdat de kaders onduidelijk zijn. Dat vertraagt innovatie en belemmert de brede toepassing van circulaire geveldetails. Uitdaging 4: flexibiliteit gevraagd, garanties verwacht Daarnaast zien we een duidelijke verschuiving in de bouwpraktijk. Aannemers kijken steeds vaker naar prefab, steigerloos bouwen, materiaalbesparing en losmaakbare gevels met het oog op toekomstig hergebruik. Tegelijkertijd vragen opdrachtgevers om garanties, bewezen prestaties en referenties. Die combinatie zorgt voor spanning. Innovatieve systemen vragen flexibiliteit, terwijl de markt zekerheid wil. Dat spanningsveld speelt in vrijwel elk circulair gevelproject. Juist hier is ervaring doorslaggevend: weten welke systemen zich al hebben bewezen en waar de grenzen liggen. FRONT wil hierin een echte partner zijn. Wat betekent dit voor de praktijk? Onze ervaring uit tientallen gerealiseerde gevelprojecten laat zien dat er geen one-size-fits-all oplossing bestaat. Elke gevel, projectcontext en opdrachtgever vraagt om een eigen afweging tussen esthetiek, circulariteit, regelgeving en uitvoerbaarheid. Wat wél helpt, zijn gecertificeerde producten met traceerbare gerecyclede content én partijen die weten hoe je ze verantwoord toepast. Die nemen discussie weg op de bouwplaats en vergroten het vertrouwen bij alle betrokken partijen. Maar minstens zo belangrijk is begeleiding. Kennis van systemen, ervaring met regelgeving, inzicht in garanties en een realistisch beeld van wat werkt en wat niet. Die praktijkkennis is goud waard. Wie meerdere projecten heeft doorlopen, weet waar de echte risico’s zitten en waar ambities haalbaar zijn zonder concessies te doen aan kwaliteit of veiligheid. Conclusie Circulair bouwen is veel meer dan een ambitie in een beleidsdocument. Het is een praktische, technische en soms ook politieke uitdaging. Er gebeurt veel, en dat is positief. Maar zolang duidelijke maatstaven, geharmoniseerde regels en gedeelde praktijkervaring ontbreken, blijft de transitie stroef. Baksteen, en specifiek circulaire varianten zoals de WasteBasedBrick en WasteBasedSlips, kan daarin een serieuze rol spelen. Niet alleen vanwege certificering en materiaalkeuzes, maar juist in combinatie met kennis, ervaring en begeleiding in het project. Circulair bouwen vraagt niet alleen om betere materialen, maar om partners die helpen om ze goed toe te passen. Benieuwd hoe circulaire baksteen in jouw gevelproject concreet kan werken? Het FRONT team deelt graag onze best practices uit de praktijk.